Lonten kiezen voor eenvoudige paraffinewaxkaarsen
Inleiding
In deze korte tutorial laat ik je zien hoe je lonten kiest en test met SASOL 6213-paraffinewax. Je maakt in totaal 6 kaarsen, met wat kleur en geur erin.
We gebruiken in deze tutorial een specifieke geur en kleurstof, maar voel je vrij die naar wens te veranderen: dat verandert niets aan het doel van de tutorial, namelijk het proces doorlopen van kaarsenlonten kiezen en testen.
Dit is om verschillende redenen een mooie oefening voor beginners.
Ten eerste: we gebruiken paraffinewax met maar 5% geur, dus de kaarsen zijn relatief makkelijk te maken. Deze formulering is ook in ons lab getest.
Ten tweede: kaarsen van plantaardige of gemengde wax zijn veel moeilijker goed te krijgen, dus dit geeft een mooie boost aan het zelfvertrouwen van wie nieuw is in het ambacht, of van wie meteen met plantaardige waxen is ingestapt.
Ten slotte: aan het eind van deze tutorial heb je praktische kennis van hoe je eerste lonten voor een nieuwe formule kiest, hoe je je favoriete lont volledig test en welke gegevens je moet bijhouden.
Als bonus deelt de tutorial ook hulpmiddelen om wax- en geurhoeveelheden te bepalen, lonten te kiezen en brandtests te doen.
Je hebt dan ook een paar kaarsen gemaakt die er mooi uitzien, lekker ruiken (hopelijk) en goed branden. Niet slecht voor een eerste poging.
Na deze tutorial kun je wat je hebt geleerd uitbreiden met andere houders, geuren en kleuren.
Lonten kiezen
Voordat we in het kaarsen maken duiken, is het belangrijk te begrijpen hoe we de lont(ten) voor de kaars kiezen. Een mooi startpunt daarvoor is de Wedo Wick Configurator.
In de configurator heb ik het kaarstype (houderkaars) en de wax (100% paraffine) ingevuld en de diameter op 74 mm gezet (20cl blik). Dat is de 'binnen'diameter van het blik.
Terwijl je die invoer aanpast, doet de configurator suggesties voor lonten. Voor dit voorbeeld kiezen we 3 lonten uit de lijst om te proberen: LX14, VRL9 en V10.
De lontconfigurator stelt meestal twee soorten lonten voor. Die voor formuleringen die makkelijk te lonten zijn (linkerkolom), en die voor lastigere formuleringen (rechts). Voor sterk geparfumeerde kaarsen (7%+) heb je over het algemeen lonten uit de rechterkolom nodig, terwijl je bij minder lastige mengsels (minder geur) vaak wegkomt met die uit de linkerkolom. Het is altijd de moeite waard om in het begin lonten uit beide te proberen, tenzij je uit ervaring weet dat het anders is.
Onze kaars bevat 0,2% kleur en 5% geur en heeft een netto vulgewicht van rond 180 g. Om te bepalen hoeveel geur je gebruikt, kun je een online kaarsencalculator gebruiken.
Om de calculator te gebruiken vullen we de vulling per houder in (180 g), het aantal kaarsen dat we willen maken (6) en het geurpercentage (5%). Dat zie je hieronder...
Zodra we die informatie invoeren, geeft de onderste helft van de calculator de hoeveelheid wax en parfum die we nodig hebben om de kaarsen te maken...
Voor 6 kaarsen hebben we dus 1,03 kg wax en 54 g geur nodig. Koop je specifiek voor deze tutorial in, dan kunnen we dat naar beneden afronden op 1 kg en 50 g, omdat we onze parfumflesjes over het algemeen 3-4 gram overvullen.
Naast geur willen we deze kaarsen kleuren. Daarvoor gebruiken we Bekro-kleurstof, die meestal op 0,2% wordt gebruikt. Voor 1 kg wax hebben we dus ongeveer 2 g kleurstof nodig. Wij gebruiken Violet (60/1127), maar voel je vrij met andere Bekro-kleurstoffen te experimenteren als je een andere kleur wilt.
Onderdelenlijst
Om deze tutorial te volgen heb je het volgende nodig:
- 1 kg SASOL 6213
- 50 g geurolie Damson Plum, Rose and Patchouli (of kies je eigen geur)
- 10 x V10-lonten
- 10 x LX14-lonten
- 10 x VRL9-lonten
- 6 x 20cl zilveren blikken
- 10 x lontstickers
- 1 x zakje van 10 g Bekro-kleurstof Violet (60/1127) (of kies je eigen kleur)
- 3 x WickClaw voor 20cl blik (of 30cl glas)
We hebben hiervoor een collectie gemaakt, die je hier vindt.
Twee fasen
We splitsen deze tutorial in twee fasen. We maken eerst 3 kaarsen met de lonten die de configurator voorstelt: LX14, V10 en VRL9. Daarna branden we alle drie de kaarsen op en kiezen we de lont die volgens ons het beste presteerde om de laatste drie kaarsen te maken.
In de tweede fase branden we nog drie kaarsen op, met precies dezelfde lont, om te controleren of we de lontkeuze goed hebben.
De eerste drie kaarsen maken
1. Smelt 500 g SASOL 6213 in een bain-marie tot hij 65-70 °C bereikt.
2. Weeg 1 g kleurstof af op een nauwkeurige weegschaal. Je kunt een blikdeksel gebruiken om de kleurstof op te doen. Je weegschaal hoeft niet zo nauwkeurig te zijn als die op de afbeelding, maar moet minstens tot 0,1 g en idealiter tot 0,01 g nauwkeurig zijn (1% fout).
3. Voeg de kleurstof aan de wax toe en roer gelijkmatig 2-3 minuten, tot alle kleurstof is opgelost. Let op: gebruik je een rode kleurstof, dan moet je de waxtemperatuur misschien verhogen.
4. Voeg 25-27 g geur aan de wax toe en roer opnieuw 2-3 minuten, zodat de geur goed gemengd is. Let op: heb je in stap 3 de waxtemperatuur verhoogd om rode kleurstof op te lossen, laat de temperatuur dan tot 65 °C zakken voordat je de geur toevoegt.
5. Zet de lonten met plakkende lontstickers in drie van de blikken en markeer ze, zodat je weet welk blik welke lont heeft. Heb je een lonthulpje, zet de lont dan met een WickClaw vast. De klem voor 30cl kun je gebruiken, met wat visueel bijstellen, omdat de klemmen voor het 20cl blik nog niet op voorraad zijn. Dat is niet essentieel, want paraffinewax is heel vormbaar, dus je kunt lonten tijdens het afkoelen rechttrekken.
6. Verdeel het waxmengsel gelijkmatig over de 3 blikken en laat de blikken afkoelen in een ruimte met een redelijke omgevingstemperatuur (rond 20 °C +/- 3 °C). Zorg dat de lonten in het midden staan.
7. Zodra de kaarsen volledig zijn afgekoeld, zie je bovenop de kaars wat inzakking of kromming. Dat is normaal bij paraffinewaxen, want die krimpen in plaats van een korst te vormen, en dat is juist goed.
Eerste brandtests – de lont kiezen
Zodra de kaarsen een glad, vlak oppervlak hebben en volledig zijn afgekoeld (het liefst een nacht), kun je eerste, verkennende brandtests doen met de drie lonten die de configurator voorstelde: LX14, VRL9 en V10.
Knip de lonten op 1 cm en steek alle drie aan in een ruimte zonder tocht, waarbij je de kaarsen 4 uur per keer laat branden. Doof de kaarsen na 4 uur en laat ze volledig afkoelen (minstens 2 uur).
Herhaal die cyclus en knip de lonten waar nodig bij (dus om clubbing of overtollige lont weg te halen) voordat je ze opnieuw aansteekt. Maak aantekeningen, of zelfs foto's, om te bepalen welke van de aanbevolen lonten per cyclus en over het geheel het beste presteert (als er al één uitkomt).
Schrijf in deze fase nog geen kaars af, want paraffinewaxen laten bij de eerste keren branden meestal wat resten achter. Brand alle drie de kaarsen volledig op. Zodra ze op zijn, wat 30-40 uur hoort te duren, beslis je welke van de drie lonten over het geheel het beste brandde.
Wat je vermoedelijk ziet, is dat de meeste lonten tijdens de eerste 2-3 keer branden clubbing geven, maar dat dat bij de latere keren veel minder is. Sommige lonten geven meer clubbing dan andere, of hebben kleinere of grotere vlammen, maar de meeste die Wedo aanraadt horen geschikt of bijna geschikt te zijn voor deze specifieke formulering. Niet alle geuren en formuleringen geven dit resultaat, en het kan zijn dat je een zwaardere lont moet nemen (VRL11, V12 enzovoort) of heel andere lonten moet proberen (bijvoorbeeld Stabilo, ECO, CL).
Nu je een favoriete lont hebt gekozen, maak je de resterende drie kaarsen met die lont (bijvoorbeeld V10) en met hetzelfde productieproces als hiervoor.
Let op: je kunt eerste brandtests ook in bakvormen, aluminium bakjes van de afhaal en dergelijke doen, maar dat behandelen we in deze tutorial niet. Wij doen die tests tegenwoordig meestal in houders, omdat je lonten snel kunt verwisselen met een appelboor. Wat we in de loop der jaren hebben geleerd, is om bij de eerste brandtests meerdere lonten te testen in plaats van één of twee, want dat kan je testtijd flink verkorten. Een kaars gieten kost 5 minuten, maar hem opbranden 30-40 uur, dus binnen redelijke grenzen kun je beter veel kaarsen maken en zo sneller een goede lont vinden.
Controlerende brandtests
Het is niet verstandig aannames te doen op basis van hoe één kaars brandt, dus we raden altijd een controlerende brandtest aan met minstens 3 kaarsen. Bij grotere productieruns kunnen hogere aantallen extra gegevens geven over de variatie die je binnen een batch kunt verwachten. Er is altijd variatie tussen kaarsen, en het enige wat we willen, is die variatie goed begrijpen en zorgen dat onze formulering (lont/wax/olie) veilig is.
Net als bij de eerste drie kaarsen raden we aan de kaarsen in cycli van 4 uur te branden, al kun je dat variêren om voorzienbaar verkeerd gebruik beter na te bootsen. Je kunt bijvoorbeeld het volgende doen:
Kaars 1: cycli van 4 uur, lont bijknippen waar nodig
Kaars 2: cycli van 6 uur, lont bijknippen waar nodig
Kaars 3: cycli van 3-6 uur (willekeurig), zonder de lont bij te knippen
Tijdens de controlerende brandtests is het slim om per geteste kaars papieren of digitale gegevens bij te houden, waarin je de resultaten van elke brandcyclus vastlegt. Dit zijn voorbeelden van gegevens die je zou kunnen vastleggen:
- Startgewicht
- Starttijd
- Eindgewicht
- Eindtijd
- Verbruikte wax (voor deze cyclus)
- Brandtijd (eindtijd - starttijd)
- Verbruik per uur (verbruikte wax / brandtijd)
- 3,5 g/u tot 4,5 g/u is een goed doel voor een kaars van dit formaat
- Vlamhoogte (meet na 2 uur)
- Hoort onder 40 mm te blijven bij een kaars van dit formaat
- Kromming van de lont
- Hoort niet in de wax te krullen
- Afterglow-tijd (hoe lang de lont rookt nadat je hem hebt gedoofd)
- Idealiter minder dan 20 seconden.
- Aantekeningen: bijvoorbeeld zichtbaar roet, clubbing enzovoort
Die aantekeningen zijn heel nuttig om je tests vast te leggen en zijn goed bewijs, mocht je ooit bezoek krijgen van Trading Standards (de Britse toezichthouder op handel en productveiligheid), dat je productveiligheid serieus neemt — en het allerbelangrijkste: zo verklein je het risico voor de eindgebruiker.
Zodra deze kaarsen zijn opgebrand, heb je een goed beeld van hoe de formulering zich gedraagt en kun je het product met vertrouwen zelf als 'veilig' certificeren, of terug naar de tekentafel gaan en andere lonten proberen.
Samenvatting
Dit was een eenvoudige tutorial, maar het proces is voor het kiezen van kaarsenlonten in principe altijd hetzelfde. Naarmate je meer ervaring krijgt met je gekozen wax, heb je de lontconfigurator minder vaak nodig, omdat je dan weet welke lonten over het algemeen in welke houderformaten werken.
Loop je bij nieuwe geuren tegen problemen aan, begin dan met het lontgewicht (yield) als vergelijkingsmaat. Lontgewicht is grofweg een maat voor vermogen, dus lonten met een vergelijkbaar gewicht horen smeltplassen van vergelijkbare diameter te geven. Het is niet perfect, maar het kan helpen mogelijke startlonten te kiezen uit lontfamilies die je nog niet kent. Bij alle lonten op de website van Candle Shack staat het lontgewicht vermeld.