Wat is de beste kaarsenwas?

Er bestaat niet echt één ‘beste’ was: elke wassoort heeft zijn eigen sterke en zwakke punten. Wel werken sommige wassoorten beter dan andere voor een bepaalde toepassing.

Was wordt meestal in twee categorieën verdeeld: was voor stompkaarsen en wax melts, en was voor containerkaarsen. Beide kunnen plantaardig of mineraal zijn.

Mengsels voor stompkaarsen worden na het afkoelen heel hard. Je gebruikt ze voor vrijstaande kaarsen die geen pot nodig hebben, en voor wax melts.

Was voor containerkaarsen is – de naam zegt het al – zachtere was, bedoeld voor gebruik in een houder: een metalen blik, een glazen pot, een kokosnootschaal of wat je maar wilt vullen.

De discussie over minerale of plantaardige was wordt eigenlijk alleen onder kaarsenmakers gevoerd, want de meeste klanten maakt het weinig uit welke was je gebruikt. Klanten willen meestal gewoon een kaars die mooi is en lekker ruikt. Het zijn juist wij kaarsenmakers die ons vastbijten in de details van de was, als unique selling point of omdat we denken dat consumenten daarop hun keuze baseren.

Als algemene regel geven paraffinewassen (minerale was) sterker geurende kaarsen. Daarom gebruiken de meeste luxemerken nog steeds paraffinewas, of mengsels met veel paraffine. Ze hebben geen ‘natuurlijk’ gat in de markt gemist: ze kiezen bewust voor paraffine omdat die heerlijk geurende kaarsen geeft. Paraffine wordt vaak in verband gebracht met rook en roet, maar een goed gemaakte paraffinekaars hoort nauwelijks te roeten.

Plantaardige wassoorten, zoals onze EcoSystem-blend of soja-, koolzaad- en kokoswas, zijn vergeleken met paraffine relatief nieuw, maar worden steeds populairder dankzij hun duurzame imago, wat een marketingvoordeel kan zijn. Ze vormen ook vrij snel een smeltbad over het hele oppervlak van de kaars, terwijl paraffinekaarsen vaak hol opbranden en was langs de rand laten staan.

Plantaardige was wordt vooral gebruikt door huidverzorgings- en spamerken, maar ook door andere merken die een ‘natuurlijkere’ kaars willen maken. Deze wassoorten zijn heel zacht en hebben een mooie textuur, maar geven meestal minder geur af dan vergelijkbare paraffinewassen. Ze kunnen ook lastiger zijn om mee te werken, omdat ze veel dichter zijn en warmte minder goed geleiden.

In onze eigen kaarsenproductie voor merken gebruiken we zelden 100% paraffine of 100% plantaardige was. De meeste van onze kaarsen bestaan uit 70–80% paraffinewas en 20–30% plantaardige was. Zo behoudt de kaars de zintuiglijke voordelen van paraffine. Een ander populair mengsel is precies andersom: 70–80% plantaardige was en 20–30% paraffine. Dat geeft een meer plantaardige uitstraling, terwijl de toegevoegde paraffine het triglyceridegehalte genoeg verlaagt om polymorfie (frosting en putjes) te voorkomen.

Kortom: veel wassoorten zijn geschikt als basis voor kaarsen, en elk heeft zijn sterke en zwakke punten. Paraffinewas wordt het meest gebruikt en is makkelijk om mee te werken. Plantaardige was is een natuurlijker alternatief, maar iets lastiger in de verwerking. Met allebei maak je prachtige, schoon brandende kaarsen, als je ze goed verwerkt. Neem je kaarsen maken serieus en heb je de tijd en het budget, dan is het de moeite waard om met wasmengsels te experimenteren. Er is op dit gebied heel weinig hulp te vinden, want geen enkele kaarsenmaker geeft de samenstelling van zijn mengsels prijs – uitproberen is meestal de enige manier.